17 Jun 2007
De afgelopen maanden hebben Ariane en ik regelmatig tijd en energie gestoken in het maken van allerhande alcoholische brouwsels (zoals sommige stamgasten het noemen). Het ene brouwsel is wat meer geslaagd dan het andere. Vooral de wijnen van de kok gaan de goede kant op, maar mijn zelfgemaakte vermout is onlangs toch maar door de gootsteen gespoeld. Persoonlijk vind ik de vin d’oranges nog steeds het meest geslaagde brouwseltje: we zullen het zeker komende winter weer op de kaart zetten. Dit weekend heb ik echter nog een zeer geslaagd drankje aan ons drankenkabinet toegevoegd: rabarberlikeur volgens een recept van Nigella Lawson. Net als Nigella ben ik een groot liefhebber van rabarber. De plant in de moestuin van de Herberg doet het uitstekend, en regelmatig maak ik er dan ook lekkere nagerechten mee. Geïnspireerd door het boek Hoe word ik een goddelijke huisvrouw heb ik zes weken geleden ook eens wat stengels rabarber opgehakt en met suiker in een pot met wodka gedaan. Inmiddels is dat brouwsel een erg smakelijk digestiefje geworden, dat vanaf nu een plaats op de Herbergkaart verdient. Volgende keer ga ik echter wel de aangeraden hoeveelheid suiker aanpassen: Nigella had het drankje mijns inziens iets te zoet gemaakt. Hieronder dan ook het recept zoals ik het de volgende keer zal gaan maken.
300 gram schoongemaakte rabarber
100 gram suiker
0,5 liter wodka
1 glazen pot met een inhoud van 1 liter
1 likeurflesje met een inhoud van 0,5 liter
Hak de rabarber in stukjes. Doe die in de glazen pot, samen met de suiker en de wodka. Schud het geheel goed en zet de pot minimaal zes weken lang weg op een koele donkere plaats. Je kunt tussendoor regelmatig even schudden, om de suiker goed op te lossen. Zeef na minimaal zes weken de inhoud van de pot en doe de gezeefde vloeistof over in een mooie likeurfles. De rabarber wordt niet verder gebruikt. Serveer in kleine borrelglaasjes.
Mariëlla
Het is speciaal voor de wintertijd, want het wordt gemaakt met de heerlijke bittere sinaasappel waarmee ook de echte marmelade wordt gemaakt. Recept
Maak de vin d'oranges komend weekend, dan is hij lekker met oud
en nieuw, want de sappen en de wijn+brandewijn moeten goed intrekken. Natuurlijk wordt hij over de komende maanden lekkerder, maar bij ons houden we hem nooit langer dan zes weken in de karaf. Deze portie kan dus, bij gebleken succes, ook verdubbeld worden. Het gemiddelde alcoholgehalte ligt rond de 10%.
Het fruit goed wassen met lauwwarm water
Drie sinaasappelen en twee grapefruits(aangezien we in Nederland geen bittere sinaasappelen kunnen krijgen)
één citroen in partjes gedeeld
5 liter rosé wijn
1 vanillepeul
1 liter eau-de-vie ( mispelblom brandewijn)
1 kilo suiker
Schil de grapefruits, snijd de schillen in stukken en doe ze in een brandschone container die goed kan worden afgesloten, liefst met een inhoud van 10 liter. Voeg de doorgesneden sinasappels toe, de wijn (test elke fles even op kurk!), de vanille, brandewijn en suiker. Roer alles goed om, zet de container op een koele donkere plek en draai hem elke dag een slag: op die manier mengen alle ingredienten zich het beste. Drie tot vier weken minimaal moet dit gebeuren, maar dat komt goed uit, want dan is het juist die leuke tijd tussen Kerst en Oudjaar. Nu kun je alle vloeistof in een keer zeven en overgieten in een andere container, of steeds een beetje voorzichtig afgieten in een trechter die in een karaf staat. Daardoor wordt de Vin d' oranges steeds sterker en - vind ik - lekkerder. Heb je een groot feest, dan heb je meer aan de eerste methode, want de wijn drinkt lekker weg! Dit recept is goed ruim zes liter. Als we een echte winter krijgen is hij warm heerlijk na het schaatsen of voor het naar bed gaan, maar 'on the rocks' is hij heerlijk voor het eten. Serveer er wat droge zoutjes bij, olijven zijn niet zo'n succes.
Proost!